Opstellingen

Wanneer stel je op? Bijvoorbeeld als je tegen deze vragen aanloopt:

 
·       Hoe vind ik meer rust in mezelf? 
·       Waarom regel ík toch altijd alles? 
·       Hoe kunnen mijn kinderen opgroeien zonder dat ze mijn problemen overnemen? 
·       Waarom is mijn dochter steeds zo boos?
·       Waarom kom ik steeds op werkplekken te werken met onrust in de teams? 
·      Waarom loopt mijn bedrijf niet goed?
·       Waarom gaat mijn zoon niet op kamers?
·       Waar komen de terugkerende gevoelens vandaan (als angst, boosheid, schuld, verdriet), die ik niet kan plaatsten?
·       Waarom lukt het niet om bepaalde stappen zetten? 

Opstellingen

Waar veel coachingstrajecten zich richten op ratio (je denken) en op communicatie (praten over je probleem), merk je misschien dat je daarmee niet tot de kern komt. Je blijft tegen bepaalde patronen aanlopen, en je lost je probleem/ klacht niet écht op bij de kern. 
Je werkt daarmee aan het symptoom; we doen vaak aan symptoombestrijding in plaats van het probleem aan te pakken bij de kern. Een pleister plakken, medicijnen slikken; tijdelijke oplossingen.

Met een opstelling kun je wél gaan kijken naar de oorzaak van een klacht of probleem. En daarmee pak je de kern aan, en niet het symptoom. Dit doen we door te werken met je onbewuste. 

Als het het met je 'bewuste' had kunnen oplossen, had je het namelijk al gedaan!

Wanneer opstellen?
Een opstelling helpt met name bij klachten en vragen die je al langer bezighouden, bij jezelf of bij je kinderen. Waar je misschien al van alles aan gedaan hebt, maar waar je op de één of andere manier niet veel verder mee komt. Dan kan het zinvol zijn om jezelf in het grotere geheel te zien. Dit kunnen we inzichtelijk maken door een opstelling te maken. 

 

Een opstelling is een ruimtelijke weergave; je zet poppetjes op tafel die inzicht geven in jouw systeem. Een systeem is een groep waar jij onderdeel van bent, bijvoorbeeld je familie, vriendengroep of de organisatie waarin je werkt. Een opstelling geeft een andere kijk op de oorzaken van bepaalde emoties of gedrag. Ieder mens draagt de kenmerken van het grotere geheel waar hij of zij deel van uitmaakt in zich. Elk systeem/ elke groep heeft eigen dynamieken. En in elke groep heb jij een andere bijdrage of rol. Deze dynamieken blijken ons gedrag in hoge mate te bepalen en worden in een opstelling zichtbaar.

De ijsberg
Hetgeen wat we zien en horen bij onszelf en bij anderen in gedrag, in wat we doen of zeggen, is vergelijkbaar met de bovenkant van de ijsberg; hetgeen wat boven het wateroppervlak zichtbaar is. Hetgeen wat er áchter het gedrag of uitspraken van mensen zit, is eigenlijk de onderkant van de ijsberg. Dat is dus niet zichtbaar, daar kunnen we enkel naar gissen. Soms ook wel ‘de onderstroom’ genoemd.

 

De systemische benadering laat je zien waar je belemmeringen zitten, waarom je niet altijd de keuzes maakt die je zou willen maken of steeds weer vervalt in een bepaalde emotie of gedrag. Het laat je ook zien hoe de energie weer kan stromen. Je krijgt hiermee dus zicht op de onderkant van de ijsberg, de onderstroom. 

De opstelling waar ik veel mee werk is de individuele opstelling. Voor een individuele familieopstelling worden poppetjes, of bijvoorbeeld vloerankers gebruikt. 

 
Het lege midden/ zonder oordeel kijken

Door als systemisch coach zonder oordeel te kijken en door systemische vragen te stellen, kunnen dynamieken en overstijgende patronen helder worden. En kun je je vraag of probleem bij de kern bekijken. En daarmee kun je iets in beweging zetten zodat er verandering, beweging kan gaan plaatsvinden in jezelf en in je systeem.

Je eigen plek innemen

 

Iedereen in een systeem heeft een eigen plek. Iedere plek heeft een eigen rol, met daarbij passende taken:

·       Een grootouder heeft een opa/ oma rol maar ook de ouder rol naar de kinderen.

·       Een ouder heeft de ouderrol, met de taak om vader of moeder te zijn. Maar is ook kind van zijn eigen ouders.

·       Een kind heeft een eigen plek als eerste, tweede, derde kind, et cetera, met de taak om kind te zijn. 

 

Je kunt het als het ware bekijken als een fontein. Waarbij de grootouders zich in de bovenste bak bevinden. Zij geven wat zij kunnen geven aan de bak onder hen; aan hun kinderen. Die kinderen zijn soms ook ouders geworden, wat maakt dat hun bak ook gaat stromen naar de bak daaronder; zij geven aan hun kinderen. En zo ontstaat een stroom van ‘geven en nemen’. Dat behoort altijd van boven naar beneden te verlopen, ouders geven vooral en kinderen nemen.

Meer informatie hierover staat heel mooi beschreven in het boek van Els van Steijn; de Fontein.

 

Als kind zijn we geneigd om iets te gaan dragen wanneer we aanvoelen dat er bij de ouders of in het familiesysteem iets niet ‘in orde’ is. Hiermee verlaten we onze plek. Kinderen zijn heel loyaal en willen ouders ondersteunen of de problemen oplossen. Dit gebeurt onbewust, en kan iedereen gebeuren. In feite staan ze dan niet meer op hun plek in de fontein, zoals hierboven besproken.

 

Kinderen zijn ook mooie spiegels; zie je bijzonder, opvallend, of extreem gedrag bij je kind? Mogelijk laat die jou iets zien, wat in jou zelf of in het familiesysteem niet oké is. Wordt er een wet binnen het systeem overtreden. Eenmaal volwassen, staan we hierdoor vaak innerlijk niet op onze plek, waardoor we problemen kunnen ervaren op verschillende levensgebieden.

 

Misschien herken je wel het verlangen om ‘in je kracht te staan’, ‘dichter bij jezelf te komen’, ‘je eigen ding te doen’ of ‘de dingen een plek te geven’. Dit kun je zien als uitingen van het innerlijk zoeken naar de eigen plek.

Als je je losmaakt van emotionele verstrikkingen (een verstrikking is een overtreding van 1 of meer van de 3 wetten, lees daar over meer hieronder), ben je niet langer gebonden. Je bent dan in staat om steeds meer je eigen weg te gaan, vanuit verbinding met wat er is of was; je bent vrij.

 

Door middel van een opstelling ga je zien wat jouw plek is. Deze ervaring noemen veel mensen een hele bijzondere, mooie en fijne ervaring. Ik hoor vaak terug dat mensen zich ‘lichter’ voelen na een opstelling.

De 3 wetten

In een familiesysteem spreken we van 3 wetmatigheden die van invloed zijn op ons leven:

 

• Ieder lid heeft een eigen plek en hoort erbij. (insluiten)

• Er is sprake van een natuurlijke ordening: van oud naar jong. (ordening)

• Er is balans in geven en nemen: ouders geven, kinderen nemen. (uitwisseling)

 

Als deze in wetmatigheden in balans zijn, gaat het goed met ons. Als deze wetmatigheden om wat voor redenen dan ook uit balans zijn, leidt dit tot dynamieken of patronen die ons beïnvloeden. Deze ontstaan uit liefde om het systeem weer heel te maken. Dit veroorzaakt verstrikkingen/ blokkaden.

Met behulp van een opstelling kunnen deze verborgen dynamieken en patronen zichtbaar gemaakt worden.

Het effect

 
Het effect van een opstelling kunnen verschillende dingen zijn. Bijvoorbeeld; je wordt je bewust van de thema’s die in jouw systeem (familie/ vriendengroep/ team) spelen en het effect daarvan op jou. Hierdoor kun je andere keuzes gaan maken.
En door een opstelling te maken kunnen we onbewuste processen in beweging brengen.
 
Je krijgt inzicht in hoe jij je verhoudt tot je de mensen of aspecten in je omgeving en welke beweging naar gezonde grenzen kunnen leiden.
 
Het innemen van je eigen plek geeft ruimte voor acceptatie, rust, begrip en groei. Dit verbetert niet alleen de kwaliteit van je eigen leven, maar ook je relaties in het algemeen.
 

Zelf een vraag onderzoeken?

Als je zelf een vraag hebt, kun je een afspraak met mij maken voor een individuele (familie)opstelling of een bedrijfsopstelling. Wanneer het klachten of vragen van je kind of kinderen betreft, kunnen we een kindercoach traject starten. Hierbij behoort ook een opstelling met één van de ouders. Telefonisch kunnen we er wel uit komen wie van de ouders het handigst zou kunnen zijn voor de opstelling. De kinderen hoeven bij die opstelling zelf niet mee te komen.

Neem gerust contact met me op voor meer informatie.